Video
Newsletter

MoDeWijs: RT @KJcarlo: Oleta Adams masterclass, zie https://t.co/bjnTKfRx wat een geweldige studenten hebben we toch!
1 week ago
KJcarlo: Oleta Adams masterclass, zie https://t.co/bjnTKfRx wat een geweldige studenten hebben we toch!
1 week ago
pianomankev: RT @KJcarlo: Adlicious tijdens onze supervette open nacht #adlicious http://t.co/ci2eFDI8
3 weeks ago
KJcarlo: Adlicious tijdens onze supervette open nacht #adlicious http://t.co/ci2eFDI8
3 weeks ago

Op 6 juni 1962 ben ik in Breda geboren en toen ik zeven jaar oud was kocht mijn vader een Solina electronisch orgel, puur Hollands fabrikaat. Mijn vader was in zijn jeugd een verdienstelijk amateurmuzikant geweest en mijn oudere broer Matty speelde drums sinds zijn vierde. Ik ging op les bij een oudere dame die een heel groot intimiderend orgel had en veel meer kan ik me niet herinneren.

Niet snel daarna vervolgde ik lessen bij de lokaal bekende organiste Annelies Peemen, maar zij begon binnen dat jaar als één van de eersten een klassikaal lessysteem, zeg maar de voorloper van de in de jaren zeventig erg populaire orgelcursussen. Mijn vader zag dit lessysteem niet erg zitten en haalde me weer van les af. Meneer Kroese was de volgende docent, maar uiteindelijk kwamen we bij Jack de Kanter terecht.

Jack begreep als eerste dat ik geen flauwe medleys wilde spelen, maar juist Amerikaanse (jazz)muziek ambieerde. Van hem leerde ik meer complexere harmonieën en gaf hij me alle ruimte te improviseren. Nadat mijn vader een lp van organiste Rhoda Scott had meegebracht en ik als een blok viel voor deze ‘massive’ sound, wist ik wat mijn toekomst zou worden: Hammondorganist!

In de tweede helft van de jaren zeventig was de populariteit van het Hammondorgel behoorlijk gedaald en had symfonische rock zijn hoogtij beleefd. Hammond in de jazzmuziek was al decennia eerder populair geweest en synthesizers waren nu in opkomst: het Hammondorgel was uit!

.

In mijn prè-conservatoriumtijd was ik juist de geschiedenis van dit instrument aan het ontdekken en altijd op zoek naar materiaal om van te leren. Met broer Matty op drums vormde ik een duo en wee traden op tijdens feestjes, bejaardenparty’s of waren een pauze item in lokale jazzkroegen als Het Hijgend Hert en De Ploeg. Toen ik op mijn vijftiende geld voor m’n eerste Hammond A100 bij elkaar had gespaard, ben ik ook meteen gestopt met feesten en partijen. Echt niets voor mij. Gelukkig werd er snel over ons gesproken en werden we zowaar een act tijdens regionale jazzfestivals.

Op een van die festivals durfde ik het aan tenorsaxofonist en legende Harry Verbeke te bellen om hem als onze gast uit te nodigen. Harry stemde toe en na een onvergetelijk spannend optreden, waarbij m’n Hammond ook nog eens kuren kreeg, was Harry zichtbaar onder de indruk. Hij bood me een plek aan in zijn kwartet met een eerste optreden in het Amsterdamse (oude) Bimhuis. Daarbij was ook meesterdrummer John Engels aanwezig. Met Harry’s groep, ik studeerde inmiddels lichte muziek aan het Rotterdams Conservatorium, werd een aantal jaren veelvuldig gespeeld in clubs en op festivals, waren de eerste belangrijke optredens in oa het Concertgebouw van Amsterdam, het North Sea Jazz festival en Tros Sesjun live radio.

Met Verbeke (bassist/producer Hein van de Geyn en drummer Arnoud Gerritse) maakte ik mijn platendebuut. Sporen in het jazzcircuit werden verder verdiend in het trio van tenorist Joop van Enkhuizen met Han Bennink op drums én Slide, Sticks & Pedals samen met trombonist Bart van Lier, vibrafonist Ben Gerritsen en Peter Berk op drums.

.

Mijn Uitvoerend Musicus eindexamen aan het Rotterdams Conservatorium vond plaats in1988 in het knusse Bredase Concordia theater. Een uitverkocht huis waarbij men op de avond zelfrde dat er een eindexamen zou plaatsvinden. Met vierentwintig topmusici (oa Eef Albers, Deborah Brown, Dick Vennik en een jonge Eric Vloeimans) voerden we een twee uur durende suite uit van eigen hand en gearrangeerd door orkestleider Frits Bayens. De VARA zond dit programma uit tijdens de Kerst van1988. Dit afstuderen kreeg het predikaat cum laude en bij mijn weten had nog nooit iemand een dergelijk spektakel georganiseerd voor zijn conservatorium eindexamen.

De Swing Support genaamde avond en werd tevens de naam van mijn inmiddels opgerichte bedrijf en werd vervolgd in een theater- en festivaltournee in 1990 en 1991. Nationale tv aandacht en het vergaren van kunstsponsoring tekende mijn erg ondernemende houding in die tijd. Mijn droom moest kost wat kost bewaarheid worden! Een cd onder de naam Swing Support Avenue verscheen van dit eerste grote project en vormde de aanleiding voor Fiat mij te vragen muziek te componeren voor de introductie van hun nieuwe Tempra. De uitgevoering hiervan vond plaats in Rome en leidde wederom tot een aantal TV tune-opdrachten zoals Avro’s Sportpanorama en Sportgala en Ivo Niehe.

.
.
.

.

(foto’s van het eindexamen Swing Support oktober 1988)

.

Het organiseren in dienst van je eigen projecten kost veel energie, dus was ik wat blij toen Hans Dulfer me op een avond belde met de vraag in zijn nieuwe kwartet plaats te nemen. Bij Dulfer leerde ik een andere kant van het vak kennen, want niet de meest geavanceerde harmonieën en uitgekiende soli waren belangrijk, maar energie, uithoudingsvermogen en rekening houden met je publiek stonden centraal. Deze tijd heeft me veel gebracht in de ontwikkeling van mijn persoonlijkheid.

Met Hans heb een dik halfjaar gespeeld en tijdens een van die avonden deed zijn dochter Candy ook mee. Candy was eigenlijk nog maar een jaar of wat internationaal doorgebroken en toen ik na het optreden een praatje met haar maakte vroeg ze of ik zin had mee te gaan naar Japan voor een tourtje. Dit was in zomer 1992. Candy was in voorbereiding voor de opvolger van haar internationaal succesvolle debuut cd Saxuality en zocht naar nieuwe musici. In Japan speelden we in een programma samen met George Benson.

Begin jaren negentig vwas er een revival voor instrumenten als het Hammondorgel en Fender Rhodes piano en daardoor kon ik als jazzmusicus ook de overstap maken naar de popwereld. De samenwerking met Candy raakte in een stroomversnelling, ik speelde mee op alle grote festivals en tijdens de talloze zondagavondsessies in de Heeren van Aemstel in Amsterdam. Op haar nieuwe cd Sax-a-Gogo was ik featured soloist in Bob’s Jazz. In het najaar van 1992 werd de definitieve bezetting van haar nieuwe band Funky Stuff bekend werd en volgde er een wereldtournee die tot begin 1994 zou duren. Als bandlid en solist was het een verademing in een internationale omgeving te opereren en het me volledig op de muziek kunnen storten (er was op dat moment even niets zelf te organiseren).

.

Op het North Sea Jazzfestival 1992 vond een Hammondmeeting plaats met Hammondguru’s als Jimmy Smith en Jimmy McGriff, ook ik was daarbij en in 1993 kwam ik in contact met Hammond Suzuki, de patenthouder van de oorspronkelijke toonwiel Hammonds. Ik introduceerde hun nieuwe topmodel XB3 tijdens de Frankfurter Messe, The London Music Fair en in Japan.

Samen met mijn uitgever PeerMusic organiseerden we een weekengagement in de beroemde Ronnie Scott’s Jazzclub en speelde ik daar met mijn eerste D’WYS bezetting afgewisseld met  de legendarische saxofonist James Moody. Opnames hiervan werden gemaakt met Candy als gastsolist en een track verscheen op mijn D’WYS debuut cd O’BEAT (Phonogram1995).

.

Inmiddels voelde ik me een ‘échte’ popartiest en had mezelf omgedoopt tot D’WYS (spreek uit als DeeWise of fonetisch Di:Waiz). Met D’WYS brak een succesvolle tijd aan met uitgebreide speellijsten in binnen- en buitenland, veel RTV- en media aandacht, een platencontract, een track op het megasuccesvolle Acid Jazz label etc.

ORGANTASY werd in 1999 de opvolger van O’BEAT en het budget daarvoor werd gebruikt om een eigen eerste studio omgeving thuis in te richten. Inmiddels had ik mijn D’WYS band uitgebreid met zes vocalisten en doopte hen Voices of Soul. Met D’WYS & Voices of Soul was een nieuw concept geboren. Dit gospel-soul-funk concept met Hammond en vocalen in een gelijkwaardige rol sloeg erg aan. Een TROS SESJUN TV Special werd opgenomen en twaalfmaal herhaald, een speciale WereldOmroep cd productie hiervan werd verspreid over 1200 internationale radiostations. Mijn debuut cd Swing Support Avenue werd in een herrelease uitgebracht onder de naam: D’WYS First Moves (Move Records).

.

Mijn jazzroots wordt opgepakt in het trio met tenorist Barend Middelhoff en good old Johnny Engels (Live at the North Sea JazzFestival cd in 2000) en de Kerst van 2000 staat in het teken van een samenwerking met ‘A Whiter Shade of Pale’ Gary Brooker van Procol Harum in het muziekprogramma van Cor Bakker.

Eind 2000 komt een droom tot verwezenlijking en wordt in Geertruidenberg mijn superprofi studio gebouwd. Eerste productie is een nieuwe D’WYS cd Turn UP the B! en verschijnt op het Red Bullet label. Naast D’WYS ben ik een aantal jaren als componist en producer erg actief. Compositie opdrachten met oa mijn zus Inge als choreografe voor AllSeas in internationale theaterproducties, commercials voor een campagne van het kledingmerk Brunotti, muziek voor de TMF awards en het schrijven van muziek voor de jeugdmusical Rocko!.

.

In 2003 tour ik in de begeleidingsband van meestergitarist Steve Lukather (TOTO). Wat een muzikant, wow! Luister naast TOTO ook naar zijn gitaarpartijen op Michael Jackson’s Bad en Thriller.

Projecten zijn er oa met drummer Lucas van Merwijk’s Music Machine (Konkie Halmeyer op steelpans en Roberto Vizcaino percussie) wordt uitgebreid getourd in 2007 (DVD Live at the Bimhuis), Corrie van Binsbergen’s CRAM in 2008 en een Pimp your Song project in 2008 waarin gecomponeerd wordt voor jonge musici én orkest en solisten wordt getourd (mmv oa. Eric van der Westen en Martin Fondse).